Een initiatief van samenwerkende begrazingsbedrijven

Betrouwbare kennis over
schapenbegrazing in natuurbeheer

Periodieke begrazing

Door gebieden gefaseerd in ruimte en tijd te begrazen zijn er voor flora en fauna duidelijke rustperiodes. Zo krijgen kruiden de kans om in bloei te komen en zaad te zetten. Eventuele verstoring van broedvogels en herpetofauna wordt zo bovendien tot een minimum beperkt. Doordat altijd een deel van de vegetatie blijft overstaan, zijn er nog genoeg schuilmogelijkheden voor insecten en blijven er verspreid over het terrein waard- en nectarplanten staan.

Bij begrazing met een schaapskudde vindt altijd een voorjaarsbegrazing plaats waarbij de voorjaarsbloeiers ook meebegraasd worden. Op het begrazingsmoment zelf zal de bloei natuurlijk minder zijn. Een deel van de voorjaarsbloeiers herstelt echter van de begrazing als de voorjaarsbegrazing tenminste niet te intensief is. De bloemen zijn dan wel wat later dan normaal. Deze verlate bloei verlengt daarmee de bloeiperiode van een vegetatie. Bepaalde insectengroepen hebben bovendien baat bij een voldoende open en warme vegetatie in het vroege voorjaar.

Belangrijker voor de botanische soortensamenstelling van de vegetatie is dat door de aanpak van de productieve grassen in het voorjaar er veel meer ruimte komt voor bloei van meer kritische soorten in de zomerperiode. In de loop van de tijd nemen die soorten steeds meer toe. Het is onmogelijk om te voorspellen welke soorten dat zijn, omdat het per grondsoort en regio verschilt. Uiteraard is het ook een kwestie van geduld voor de resultaten komen.

Achtergrondinformatie

Belang van habitatheterogeniteit en van gestuurde begrazing gefaseerd in ruimte en tijd en differentiatie in graasdruk:

Van Oosten, H.H. (2012). Relatie tussen tapuiten, insecten en beheer in de Helmduinen 2010-2011. Stichting Bargerveen, Nijmegen.